Verbs: to live, to eat, to walk, to speak, to swim.
– Present perfect wordt gebruikt als er nog sprake is van een koppeling met het heden: datgene wat “beschreven wordt” is nog niet voorbij. Let op bij woorden van duur, bijvoorbeeld “for nine years”.
1. He had held an account with Mac Donalds for nine years.
2. He has made few transactions in recent years.
3.I have been around a long time.
4.David had lived in Scotland for 25 years.
5.Have you seen Ken and Hilda recently?
-Present perfect wordt ook gebuikt als we geinteresseerd zijn in het eindresultaat, het effect van een handeling.
6. He has washed my car.
7.Somebody has eaten all my sweets.
8. She had to say yes.
Shit rule: werkwoord+s bij heshe of it.
To live
I live
He lives
She lives
We live
It lives
To eat
I eat
He eats
She eats
We eat
It eats
To walk
I walk
He walks
She walks
We walk
It walks
To speak
I speak
He speaks
She speaks
We speak
It speaks
To swim
I swim
He swims
She swims
We swim
It swims
will,shall, am/are/is going + hele werkwoord
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s