Gebruik je voor gebeurtenissen die plaats hebben gevonden in de verleden tijd. Dus is het nu niet meer bezig.
Positieve formulering vorm, plus –ed.
I cheated on you.
.
.
.
.
Negatieve formulering: use past tense of ‘do not’ = DID NOT + base form verb
Na het gebruik van ‘did’ in een zin gebruik je de stam vorm van het werkwoord.
did not read that book – She did not sign that book
.
.
.
Vraagstelling: mostly you use ‘do’ to form questions
Did you read that book? – Did she sign that book?
.
.
.
Voorbeelden van werkwoorden die in de past simple gebruikt worden:
1. Last night, she danced.
2. Yesterday, I have went to my grandma.
3. He baked a cake for his mother this morning.
.
.
.
Er zijn ook werkwoorden die niet op -ed eindigen in de verleden tijd, denk hierbij aan:
Tegenwoordige tijd –> verleden tijd
I run –> I ran
I eat –> I ate
She knows –> she knew
.
.
.
De woorden die niet op -ed eindigen in de verleden tijd, zijn de onregelmatige werkwoorden. Om deze te herkennen en toe te passen, moet je de lijst met ‘irregular verbs’ (onregelmatige werkwoorden) uit het hoofd leren!
.
.
.
Zie het kopje ‘onregelmatige werkwoorden’ voor de lijst!
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s