Je kent de volgende begrippen: eicel, zaadcel, meiose, mitose, chromosomen, chromatiden, DNA, genen, allelen.

Eicel

Vrouwelijke voortplantingscel dat 23 chromosomen bevat, ontstaat bij meiose

Zaadcel

Mannelijke voortplantingscel dat 23 chromosomen bevat, ontstaat bij meiose

Meiose –> Meiose, of ook reductie deling genoemd vindt plaats bij de productie van voortplantingscellen.

Mitose –> Bij mitose vindt er een celdeling van de lichaamscellen plaats. De celkern deelt zich in twee en zo bevat elk nieuwe cel dezelfde chromosomen als elk andere.

Chromosomen –>Chromosomen bevatten informatie over de erfelijke eigenschappen van een organisme. De informatie wordt vastgelegd in de moleculen van de stof DNA.  Chromosomen zijn alleen bij delende cellen goed zichtbaar.

Chromatiden –> Als er DNA replicatie plaatsvindt, wordt de DNA streng verticaal gescheiden tot twee aparte chromatiden. Chromatide: de helft van een dna streng dat een uit basenparen bestaan.

Gen –> Een stuk DNA dat informatie bevat over een bepaald erfelijk eigenschap. Een gen kan bijvoorbeeld bouwinstructies bevatten voor het oogkleur.

 Allel –> Een variatie van een gen, hierbij kan het oogkleur bijvoorbeeld groen, blauw, bruin of een andere kleur zijn!

 Je kunt vertellen hoe DNA is opgebouwd en het proces van DNA replicatie uitleggen.

4 stikstofbasen:

Adenine

Guanine

Cytosine

Thymine

DNA is opgebouwd uit basenparen. De paren zijn gevormd door vier verschillende nucleotiden die een laagje stikstof bevatten.

Elke base heeft een paar en kan alleen een basenpaar vormen met de bepaalde paar.

AT  is een basen paar en   CG is een paar. Zo kunnen a en c nooit een paar vormen want dat past niet.


dna2011primers

Je kunt uitleggen hoe genen overerven met behulp van kennis over meiose en bevruchting 

De basen bevatten een laag stikstof dat ervoor zorgt dat de basen aan elkaar verbonden worden.

De laag fosfaat en desoxyribose zorgen ervoor dat de basen aan elkaar plakken en zo een streng vormen.

REPLICATIE

Bij DNA replicatie komt er een mechanisme tussen de streng en “knipt” het doormidden. Het scheidt de DNA streng tot twee losse chromatiden. Vervolgens komen er aparte DNA basen tussen de chromatiden en worden er nieuwe strengen gevormd.

Bij de meiose wordt een diploide cel dat alle erfelijke eigenschappen van een organisme bevat in twee gedeeld. Bij de deling splitst eerste de kern van de cel zich in twee zodat de erfelijke eigenschappen allemaal precies in de cellen terecht komen. Dus de Haploide cellen (voortplantingscellen) die bij een meiose ontstaat bevatten alle erfelijke eigenschappen van het desbetreffende organisme waarbij de deling heeft plaatsgevonden.  Het kind dat ontstaat na een bevruchting van de eicel bevat zowel erfelijke eigenschappen van de moeder als die van de vader, het kind heeft de eigenschappen overgeërfd.

Je kunt vertellen hoe het geslacht van een kind bepaald wordt

Bij de meiose van de man ontstaat er een zaadcel met als 23ste paar X of Y. Het DNA van een man bevat XY chromosomen.  Tijdens de meiose verandert een lichaamscel in twee voortplantingscellen.

  X X
X XX XX
Y XY XY

Voor de man gebeurt dit in de testis en bij de vrouw in de eierstokken.

Bij elke meiose van de man ontstaat er een X en een Y zaadcel. De X is dus een meisje en de Y een jongen. Een eicel van de vrouw is altijd X want het DNA van een vrouw bevat XX chromosoom.

Hierdoor zijn er na de meiose van de vrouw twee X chromosomen.

Bij de bevruchting wordt er één eicel van de vrouw bevrucht door de zaadcel van de man. Deze zaadcel kan een X of Y chromosoom hebben als 23ste paar.  Het geslacht van de baby wordt geheel bepaald door de zaadcel. Bij X is het een meisje en bij Y een jongetje.

Je kunt vertellen hoe een 1 en 2 eiige tweeling ontstaan

Twee eiige tweeling

Bij de eisprong zijn er van beide eierstokken een ei vrij gekomen en bij de bevruchting worden beide eicellen bevrucht door een zaadcel. De twee embryo’s groeien in dezelfde baarmoeder.

Een eiige tweeling

Na de eerste deling van de bevruchte eicel besluit het viertal cellen zich te delen in paren en gaan verder met de celdeling. Zo bevat beide embryo’s precies dezelfde erfelijke eigenschappen.

 Je kunt uitleggen waarom eeneiige tweelingen een belangrijke rol spelen in onderzoek naar nature and nurture

Als een tweeling geboren wordt en vervolgens gescheiden wordt en in een andere klimaat en omgeving opgroeien is dat belangrijk voor een nature and nurture onderzoek. De tweeling bevat precies dezelfde erfelijke eigenschappen en zien er qua genotype hetzelfde uit. Maar als de ene tweeling in Afrika opgroeit en de andere tweeling in Europa opgroeit zal er toch een groot verschil zijn in hun fenotype omdat ze onder invloed van milieu en omgeving factoren hebben geleefd.

Je kunt de in de erfelijkheidsleer gebruikte termen genotypen en fenotypen toepassen in de persoonsbeschrijvingen

Genotype is het verschijnsel van genen in de vorm van genetische eigenschappen. Hetgeen dat in de genotype staat is een soort van beschrijving hoe een organisme er uit zou moeten zien.

Fenotype is hoe een organisme in werkelijkheid verschijnt onder invloed van omgeving en milieu.

Als Tim een blanke jongen is en in Afrika opgroeit zal hij een getinte huid  krijgen, zo ziet hij er uit in zijn fenotype. Maar eigenlijk heeft hij een blanke huid en dat staat in zijn genotype.

Je kunt de begrippen dominant, recessief, heterozygoot en intermediair toepassen in genetica opgaven.

De allelen met dezelfde eigenschap krijgen altijd dezelfde letter.

Of een allel dominant of recessief is kun je aflezen aan de letter die je het hebt benoemd. Een hoofdletter staat voor een dominante allel en een kleine letter staat voor een recessieve allel.

Dominant: De allel komt uit in de fenotype. Als iemand een allel voor krullen haar en stijl haar heeft, zijn beide mogelijk. Maar een van de twee is sterker en overwint het van de ander.

Recessief: De allel komt niet uit in fenotype maar blijft in de genotype.

Homozygoot:  Precies twee dezelfde allelen van een eigenschap, dus met dezelfde  letter en grootte van de letter. Bijvoorbeeld BB of bb

Heterozygoot: Twee verschillende allelen van een eigenschap, wel dezelfde letter maar de een is dominant en de ander is recessief. Bijvoorbeeld Bb, B is dominant en b is recessief.

Intermediair:  Een genetische eigenschap is intermediair  als bij een diploid organisme beide allelen van een gen tot uiting komen in de fenotype. Dus als een vader bruine ogen en een moeder groene ogen heeft, krijgt het kind groenbruine ogen. Dit ontstaat als de hoeveelheid eiwit van de allelen even groot is.

Br Br = rood

Bw Bw= wit

Br Bw = Roze

Voorbeeld

Rode+ witte bloem =roze bloem.

Br+Bw  Intermediair

F2 Br

De bloem fenotype

50% Roze

25% Rood

25% Wit

Bw

Br Br Br  Bw Br
Bw Bw Br Bw Bw
Eerstegeneratie Br

De bloem fenotype

100% Roze

Br

 Bw Bw Br Bw Br
Bw Bw Br Bw Br

Hieronder is er een voorbeeld van kippen. ‘F’  geeft de generatie aan.

KIP INTERMEDIAIR

9.vwo. Je kunt de genetica stambomen tekenen en interpreteren

1 hh
2 Hh
3 Hh
4 Hh
5 Hh
6 hh
7 Hh
Honden H h
 H HH Hh
h Hh hh

                                               Ruw haar H

                                               Glad haar h

 

 

Stamboom onderzoek symbolen

 Je kunt aan de hand van een stappenplan genetica opgaven oplossen (monohybride kruisingen,

x-chromosomale overerving en letale factoren)

 

Stappenplan:

  1. Om welk gen gaat het
  2. Welke allelen zijn er
  3. Welk allel is dominant
  4. Welke genotypen zijn mogelijk en welk fenotyp hoort daarbij
  5. Welk genotype hebben de ouders
  6. Maak kruisingsschema (moeder verticaal vader horizontaal)

Homozygoot recessief kunnen de kleuren rood en groen niet onderscheiden. Rood groen blindheid is een x-chromosomale eigenschap.

Dominant X chromosomale allel= XA

Recessief X chromosomale allel= Xa

Bij vrouwen:

XA XA niet kleurblind

Xa Xa Kleurblind

Xa XA Draagster

Bij mannen geen gen combi voor kleurblindheid 1 gen kleur. Daarom zijn de termen homo en hetero en recessief niet aan de orde.

De man is Xa y- à kleurblind

XA y- à niet kleurblind

Mannen hebben geen drager, ze zijn kleurblind en tevens drager.

XA y-
XA XA XAM niet kleurblind XA y-J niet kleurblind
Xa XA XaM draagster Xa y-J kleurblind

unt aan de hand van een stappenplan dyhibride kruisingen oplossen

Bij dihybride kruisingen behandel je twee eigenschappen die aan elkaar gekoppeld zijn.  (Di=twee)

Bijvoorbeeld blond haar+blauwe ogen zijn twee eigenschappen die aan elkaar gekoppeld zijn.

Dihybride kruising

-gele, ronde erwten à GGRR (GG = homo domi & RR= homo domi)

-groene, gerimpelde à ggrr (Beide homo recessief)

G G
R GR GR
 R GR GR
g g
r gr gr
r gr gr

100% gr

100% GR

GR GR GR

100% GgRr

100% geel, rond

G en R zijn dominant en komen tot uiting

GR

gr Gg Rr Gg Rr Gg Rr Gg Rr
gr Gg Rr Gg Rr Gg Rr Gg Rr
gr Gg Rr Gg Rr Gg Rr Gg Rr
gr Gg Rr Gg Rr Gg Rr Gg Rr

Zelf bestuiving

Geel=   reel rond 9x

Roze=geel rimpel 3x

Groen=groen rond 3x

Blauw= groen rimpel 1x

Er ontstaat een nieuwe combi van allelen;

Geel rimpel +groen rond

Groen rimpel+ groen rond

GgRrx GgRr

F2 GR Gr gR gr
GR GGRR GGRr GgRR GgRr
Gr GGRr GGrr GgRr Ggrr
gR GgRR GgRr ggRR ggRr
gr GgRr Ggrr ggRr ggrr
Advertenties

5 gedachtes over “Genetica

  1. Johnk157 schreef:

    I’ve been absent for a while, but now I remember why I used to love this website. Thanks, I’ll try and check back more frequently. How frequently you update your site? dedbdedfgkdd

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s